Artrose, ofwel gewrichtsslijtage is een aandoening van kraakbeen in gewrichten. Op zich is het normaal dat met toenemende leeftijd het gewrichtskraakbeen van dikte en samenstelling verandert. Maar bij artrose is er  overmatige slijtage met verdunning en verbrokkeling van  het kraakbeen, tot dit soms helemaal verdwijnt. Het lichaam kan dit niet meer repareren.

Het onderste spronggewricht (OSG) verbindt het sprongbeen (Talus) en het hielbeen (Calcaneus). Het gewricht functioneert met name als de ‘zijwaartse’ beweger in de achtervoet (naar binnen en buiten kantelen), van belang voor het opvangen van oneffenheden van de grond.

OSG Artrose kan ontstaan na een botbreuk (hiel- of sprongbeen fractuur). Het kraakbeen kan rechtstreeks beschadigd raken, of bijvoorbeeld door een andere manier van bewegen extra snel slijten. Dit heet ‘posttraumatische artrose’ en kan jaren na de breuk alsnog optreden. Ook een (ernstige) standsafwijking van de achtervoet kan artrose veroorzaken, bv een ernstige platvoet of holvoet, waardoor het OSG langdurig verkeerd belast is. Een derde oorzaak voor artrose is ontstekingsreactie van het gewricht, bijvoorbeeld bij reumatoïde artritis (reuma). Maar nogal eens is de oorzaak van OSG artrose onbekend, en dit zien we het meest bij mensen vanaf middelbare leeftijd.

OSG artrose kan diverse klachten veroorzaken, zoals pijn bij (het starten van) beweging, (ochtend) stijfheid, maar ook pijn in rust. Er kan zwelling zijn en een standsafwijking. Vrij typisch voor OSG artrose is pijn bij het lopen op oneffen terrein.

Diagnose en onderzoek  

Uw klachten en het lichamelijk onderzoek van de enkel en voet zetten de orthopedisch chirurg al op het juiste spoor. Een belaste (staande) Röntgenfoto bevestigt de diagnose, of laat andere afwijkingen zien. Regelmatig wordt een CT-scan gemaakt om dichtbij gelegen gewrichten, zoals het bovenste spronggewricht, óók op artrose te beoordelen. Het kan namelijk onduidelijk waar de slijtage precies vandaan komt: het onderste of het bovenste spronggewricht (de enkel). Een MRI scan van de voet is meestal niet nodig. Een MRI toont met name ook de "weke delen" (kapsel, banden e.d.). Soms geeft een echo extra informatie.

Behandeling en operatie  

De behandeling start in eerste instantie zonder operatie. Denk aan pijnstillers en ontstekingsremmers om de zwelling te verminderen, afvallen om de gewrichten te ontlasten, fysiotherapie, een wandelstok of een corticosteroïd injectie (ook een ontstekingsremmer). In het uiterste geval kunnen op maat gemaakte schoenen voorgeschreven worden.

Bij onvoldoende reactie op bovengenoemde behandelingen kan ook een operatie verricht worden. Deze bestaat uit het vastzetten van het onderste spronggewricht, een artrodese. Deze ingreep heft de functie van het OSG op. Meestal worden 2 schroeven gebruikt om de botten aan elkaar vast te maken. Over het algemeen is deze ingreep zeer succesvol. Hoewel het gewricht niet meer (normaal) beweegt, verdwijnt de pijn geheel of tenminste grotendeels. Dit geeft een beter belastbare, (iets) verstijfde achtervoet.


Röntgenfoto van artrose onderste spronggewricht (pijl)


Röntgenfoto na de operatie (artrodese onderste spronggewricht)

Revalidatie en complicaties  

De nabehandeling en revalidatie is langdurig (zoals bij veel voet operaties). Reken voor een OSG artrodese op totaal acht weken gips, waarbij de voet de eerste vier weken niet belast mag worden en u dus op krukken loopt. In de gipsperiode krijgt u iedere dag een fraxiparine injectie om trombosevorming tegen te gaan. De eerste twee weken na de operatie is het belangrijk volledige rust te nemen en het been zoveel mogelijk hoog te leggen om zwelling tegen te gaan.

Iedere operatie heeft een kans op complicaties. Ondanks dat de orthopedisch chirurg uiterst steriel werkt bestaat er altijd een (kleine) kans op infectie. Na de operatie krijgt u vaak te maken met pijn. Ook kan het huidgevoel rond de wond veranderd zijn. Soms duurt de wond- of botgenezing langer dan gemiddeld. Overigens is de kans hierop bij rokers aanzienlijk groter. Stoppen met roken is dus altijd zinvol. Ook trombose kan nooit volledig worden uitgesloten, ondanks de evt. bloedverdunners na operatie (fraxiparine injecties).

Meer weten?

Maak een afspraak voor de polikliniek in Rijswijk bij bewegingszorg.rijswijk@bergmanclinics.nl

of bel het Bergman Contact & Service Center: 088 9000 500